-
Te Voet naar
Jeruzalem ? (deel 2)
|
|
Elfde week
Maandag 10 augustus 1990: Na een onrustige nacht met veel
lawaai was ik al vroeg op weg . In Karlobag inkopen voor mondvoorraad.
Daarna een lange en eenzame weg onder veel zon. 's Avonds moest ik mijn
aluminium wandelstok herstellen in een 'zimmerfrei'. Ik kon daar in
het bad mijn broek ook nog wassen. De volgende dag was die wel droog. Er
stond toen veel wind na de regen van 's nachts. Kon nog inkopen doen in
Mandalina, maar later bleek dat één doosje melk bedorven was. Na de
middag brak de zon door en om vijf uur in Starigrad zag ik een Belgische
wagen staan voor hotel 'Paris'. Na wat zoeken, ontmoette ik een koppel uit
Rijmenam, hier op vakantie. Er was nog een kamer vrij. Het deed goed om
nog eens uitgebreid te kunnen babbelen met streekgenoten, in mijn eigen
taal. Ze hadden een beetje pech met hun wagen en moesten nog een dagje
wachten op wisselstukken. De volgende dag hadden we samen ontbijt. Veel
wind en veel zware bewolking. Ik at 's middags langs de weg in de buurt
van een huis om eventueel te kunnen gaan schuilen, maar het regende dan
gelukkig toch niet. Kon nog wat wilde druiven meepikken. Over de heuvel en
een grote brug tot in Posedarje waar ik een kamer betrok.
Die donderdag kon ik in een bank toch nog dinars afhalen. Ik had al enkele
dagen het krap gehouden omdat ik dacht dat ik pas in Zadar weer aan geld
zou geraken. Ideaal wandelweertje onder een gesluierde zon. Om drie uur
bereikte ik het centrum van de oude stad. Mijn bottines waren ondertussen
al heel erg afgesleten en iemand raadde me een schoenmaker aan. Ik kon
mijn schoenen pas één dag later afhalen zodat ik wel genoodzaakt was een
rustdag te nemen in Zadar. Ik kon echter nergens goede kaarten kopen van
de zuidelijke Joegoslavische kust. In Italië had ik dergelijke kaart nog
in mijn handen gehad, maar het leek me toen te zwaar om die nog enkele
weken mee te sleuren. Ik ontmoette ook nog een vlaams chauffeur en
tourgids van een belgische reisorganizator. Toen ze mij voorstelden aan
hun gezelschap bleek dat verschillende mensen mij kenden van mijn praatjes
op Radio2.
Een nieuwe wandeldag op herstelde schoenen viel niet dadelijk mee. Ik
dacht dat ik op hoge hakken liep. Wazig zonnetje maar warm weer. Twee
mannen, die een nieuw café gingen openen, riepen mij naar binnen. Ik was
niet echt hun eerste klant, want ik moest niet betalen en de inrichting
was nog niet helemaal klaar. Later, op de kamer in Filipjakov, stond ik
bloot onder de douche ... en geen water op de leidingen! Ik vond het nog
bijna erger dat ik vandaag mijn kousen dan ook niet kon wassen. Na een
pizza in een restaurant aan het haventje ging ik om 19 uur ook nog naar de
mis in het kleine kerkje. Het regende 's nachts. Stevig ontbijt met twee
eieren en ... er was nu wel water. Rustige weg onder een zwaar bewolkte
hemel, gelukkig geen regen. 's Avonds vond ik een mooie, gerieflijke en
goedkope kamer in buurt van Pirovac. Ik at een stevige gemengde
vleesschotel in een restaurant, waar ook twee katten en een hond mij
nauwlettend in het oog hielden om een kruimeltje te kunnen meepikken.
Beluister een geluidsfragment in MP3 van gesprekje met Radio2,
Koffers&Co: jeru11starigrad.mp3
|
|
Twaalfde week
Mijn 79ste stapdag begon met een sober ontbijt van een
beetje chocolade en een restje brood. Kon daarna inkopen doen. Onderweg
nog wat wilde druiven gevonden. In de late namiddag stapte ik langs een
berookte industriezone tot in Sibenik. De jeugdherberg lag een half uur te
ver uit de richting. Vond een privaat kamer tussen de wirwar van kleine
straatjes. Ik bezocht ook de Jakobskathedraal; niet erg groot. Die nacht
veel regen en onweer. Toen ik om 8 uur vertrok, begon het alweer te
donderen met nattigheid. Ik moest verschillende keren schuilen onder
afdaken of in huizenblokken. Als het iets minder regende ging ik weer
verder langs plassen en spattende auto's. Ondanks mijn goretex regenjas en
-broek werd ik toch erg nat, ook in mijn schoenen. Reeds op de middag
zocht ik naar slaapplaats. Vond uiteindelijk in Grebastica een kamer, waar
ik al mijn natte kleren te drogen hing. De volgende dag bleef het gelukkig
droog weer met een klein zonnetje. Veel olijfbomen in het landschap, ook
kiwi's en gelukkig ook nog wat wilde druiven. Stapte langs een marinebasis
met militaire boten, en kwam 's avonds in Marina. Daar kon ik in een
vakantiehuis over een heel appartement beschikken. Ik at op een
sfeervol verlicht terrasje met zicht op de jachthaven.
's Anderendaags op
een drukke baan richting Split. Passeerde de luchthaven. In Sucurac kon ik
geld bekomen met visa maar er was geen hotel of iets dergelijks. Op mijn
kaart was wel een teken van een jeugdherberg vermeld maar dat bleek dus
niet te kloppen. Ik keerde terug in de hoop iets te vinden maar ging
steeds maar verder terug. Na zo'n 3km extra vond ik dan toch een kamer.
De volgende dag liep ik dan niet tot in het centrum van Split (op een
schiereiland) maar stapte verder door langs de kustweg naar het zuiden.
Veel appartementsblokken, glastuinbouw en druiven. Overnachting in de
buurt van Dugi Rat. Van de hotelier kreeg ik nog een dikke granaatappel
van de boom uit zijn tuin. Mooie kust met amandelbomen, granaatappels en
druiven, soms wel eens een vijgeboom. In Pizak vond ik een privaatkamer.
De ouders waren niet thuis maar de kinderen van zowat 16 of 17 jaar
bereidden mij een heerlijke maaltijd met verse vis. Misschien had ik een
beetje te veel gegeten want 's morgens voelde ik mij niet goed. Overladen
maag? Was het de vis? Of was die granaatappel me niet goed bekomen? Ik kon
slechts een beetje proeven van het ontbijt dat de kinderen voor mij
klaargemaakt hadden. Ik voelde me een beetje koortsig. Het stappen ging
dan ook helemaal niet goed. Veel rusten onderweg, geen middageten; kortom
mezelf voortslepen onder een donkere wolkenhemel. Het klaarde op in
Makarska, een mooie, moderne stad met brede zeedijk.
Geluidsfragment van Radio2, Koffers&Co: jeru12sibenik.mp3
|
 |
 |
|
Dertiende Week
Ik sliep in een vrij groot hotel maar kon amper van het
uitgebreide ontbijt proeven. Voelde mij nog steeds koortsig, ongesteld en
futloos. Ik begon er een beetje aan te denken om in Medjugorje deze
pelgrimstocht te stoppen. Voelde mij erg 'down'. Ik twijfelde of ik de weg
naar Vrgorac zou nemen maar dreigende zwarte wolken boven de bergen deden
mij beslissen om de kust te blijven volgen. De liter melk, die ik
gewoonlijk in de voormiddag dronk, verteerde niet goed. At daarom 's
middags niet. En daarna kwam er nog regen bij. De twee eerste pensions in
Mala-Duba waren gesloten. Vond toch een kamer langs de grote baan. Ik
probeerde mijn maag voorzichtig weer in werking te krijgen met enkele
koekjes en cola. Aan 't ontbijt kreeg ik al één eitje binnen en het
andere nam ik mee voor 's middags, met wat brood. Er waren hier eind
september nog zonnekloppers aan het strand. In de namiddag bereikte ik
Gradac. Het kostte mij veel moeite en geloop om te telefoneren naar
Radio2, verbindingen waren heel slecht. Ik ging om 6 uur nog naar de mis,
met veel volk. Het ging al een beetje beter met mijn gezondheid en ik kon
al een kleine pizza eten. Die woensdagmorgen een vlot gesprek met 'Koffers
& Co'. Het bleef de hele dag bewolkt met een beetje regen. Ik vond een
kamer in een restaurant in de buurt van Kardeljevo. En ik kocht nog een
kaart van Joegoslavië op schaal 1/850 000. Op mijn wereldontvangertje
hoorde ik dat de UNO een luchtembargo afkondigde tegen Irak. België
stuurde een fregat naar de Golf.
De volgende dag ging het richting bergen. Wissselvallig weer, geen regen en
warm. Ik stapte langs kleine boerendorpjes. In het stadje Ljubuski sliep
ik eigenlijk voor het eerst in Joegoslavië in een gewoon (staats)hotel
(geen toeristenoord). Goede kamer maar minder goed ontbijt, voor weinig
geld. Om 12 uur was ik dan al in Medjugorje. Geen 'poste restante' voor
mij op de post. Veel hotels in aanbouw in dit nieuwe Maria-oord. Na genoeg
zoeken vond ik een kamer bij een vrouw die teruggekeerd was uit Duitsland.
Haar man was gestorven en nu probeerde ze met haar jonge kinderen opnieuw
in Joegoslavië een leven op te bouwen. Ze verhuurde enkele kamers aan de
steeds talrijker komende bedevaarders, vooral met autocars uit
verschillende landen. Om 16 uur volgde ik een duitse preek. Om 18u bad ik
in gemeenschap de rozenkrans bij een rode ondergaande zon en om 19u de
eucharistieviering. Zaterdag nam ik in Medjugorje een rustdag. Ik volgde
zoveel mogelijk de religieuze diensten. Ik hoopte in Medjugorje iets
bovennatuurlijk te vinden, tenslotte waren daar nog geregeld
verschijningen aan de zieners, die wel afgeschermd bleven van de
toeristen. Ik vond er de sfeer van Lourdes echter niet.
Ik had zo'n beetje het idee gehad dat ik van de kust naar Medjugorje zou
stappen, wat een omweg betekende. Ik wist dat de kans groot was dat ik een
Belgische bus zou treffen. En inderdaad, alles liep toen weer zoals ik
gehoopt had. Ik vond reeds vlug een groep bedevaarders uit
West-Vlaanderen, en inderdaad, ik reed 's zondags met hen mee terug tot
aan het restaurant in Kardeljevo, waar ik de woensdagnacht geslapen had.
Kort afscheid van deze landgenoten en ik stond weer alleen op de weg
richting Dubrovnik. Op de 'Groetofoon' van de wereldomroep hoorde ik een
bericht van mijn broer. Via Radio2 kregen zij te horen hoe het met mij
verliep, en nu ging het via de kortegolf ook in de andere richting en
vernam ik enig nieuws van mijn familie. Ik luisterde al stappend met mijn
koptelefoontje. 's Avond een duur hotel, gelukkig waren de frieten er
lekker.
Geluidsfragment: jeru13gradac.mp3
|
 |
 |
|
Veertiende week
Na de inkopen in Neum, vandaag een lange eenzame weg,
heel weinig dorpen. Ganse dag veel zon en heet. Wellicht daarom dat ik
zoveel slangen en slangetjes gezien had naast de baan.'s Avonds had ik bij
de tweede 'zimmerfrei' een kamer, maar moest spaarzaam zijn met het water.
Het wassen beperkte zich dus tot voeten en kousen. Ook het ontbijt was
gerantsoeneerd: enkele koekjes en thee. Overnachting was dan ook heel
goedkoop. De volgende dag ook zonnig maar toch een beetje sluierwolken. Ik
had opnieuw hoofdpijn (van de hitte). In Trsteno moest ik lang zoeken voor
een kamer. Kon toch telefoneren naar Radio2 vanop de camping. Meteen werd
de opname op band gezet want het was niet gegarandeerd of ik de volgende
dag nog verbinding zou krijgen. Die woensdag dan opnieuw stikkend warm
weer. Al vroeg in de namiddag kwam ik in een voorstadje van
Dubrovnik. Een dame sprak me aan. Ze had een kamer te huur en de
prijs was zeer laag. Maar de kamer was navenant: heel klein en niet erg
proper, eigenlijk meer een hok. Later had ik er spijt van dat ik niet
verder in het centrum gezocht had, maar wellicht had ik daar wel duur
moeten betalen. Was ook in de stad tevergeefs op zoek naar een betere
landkaart. De mooie oude stad is geheel ommuurd en er zijn vele
(trap)straatjes. Ik bezocht ook enkele kerken. In het
gaarkeuken-restaurant zaten een paar luidruchtige, drinkende duitsers. Op
die dag smolten Oost- en West-Duistland samen. De DDR bestond niet meer,
nadat vorig jaar de Berlijnse muur reeds gevallen was. (Opmerking: precies
één jaar later in 1991 werd Dubrovnik beschoten in het konflikt van
Bosnië met Croatië.)
In mijn 'hok' had ik geen rustige nacht. Ik hoorde de andere familieleden
snurken. Veel lawaai 's morgens terwijl ik wat brood en puddinkjes op at,
gezeten op mijn bed. Dan weer op weg en ik kreeg al klimmend, enkele
prachtige (ver)gezichten op het oude Dubrovnik. Ik dronk mijn melk terwijl
de stad in de verte aan mijn voeten lag. Verder richting Kotor. Tegen de
late middag was ik in Mlini en besloot maar van daar te blijven. Ik vond
een kamer in de nabijheid van restaurants en een mini-market. Op het
strand waren hier begin oktober nog genoeg zonnekloppers en ik ging ook
nog eens zwemmen in deze Adriatische Zee. Op de radio hoorde ik dat
België para's naar Rwanda stuurde.
Volgende dag nog steeds excellent warm weer. Overnachting in Gruda. Ganse
nacht regen en onweer. Ook 's morgens regen. Ik wachtte nog tot het zou
ophouden maar om 9 uur er toch door. Ik werd behoorlijk nat, ook onder
mijn Goretex-vest. Ik sprak nog met twee vlaamse koppels en kreeg koffie
in hun mobil-home. Nadien was het regenen gedaan. Bij het middageten
merkte ik dat mijn blik erwten bedorven was. Ik had er al een beetje van
gegeten en hoopte maar dat ik niet ziek werd. Bij de registratie voor een
kamer in Zelenika kreeg ik gelukkig twee borrels Slivovitch, dat ontsmet
de maag.
De volgende dag regende het opnieuw. Wanneer het iets minderde, stapte ik
erdoor maar het werd erger. Ik schuilde in een bushokje terwijl de regen
erop kletterde. Het werd zelfs zware hagel en echte storm. Als het ophield
stapte ik verder maar na 100 meter begon het weer hard te regenen en ik
liep terug naar het bushokje. Na de middag stopte de regen, maar de zware
rukwinden bleven met me spelen. Er is wel een ferry-boot over de baai van
Kotor maar omdat ik alles te voet wilde doen, moest ik dus een grote omweg
doen (30km) omheen die baai. Nabij Risan stapte ik eerst het Teuta-hotel
voorbij maar wanneer ik in het stadje niets vond, keerde ik terug naar dat
grote staatshotel. Dit relatief modern groot vakantiehotel was nog in
echte communistische stijl: radio en telefoon kapot, ramen sloten niet
goed, water (douche) spoot af en toe, afloop verstopt, ... Hier in
Montenegro gebruikt men ook het cyrillisch geschrift zodat het niet
gemakkelijk is om teksten (bv. menu) te ontcijferen.
Geluidsfragment: jeru14trsteno.mp3 |
|
Vijftiende week
Regen, regen, regen! In de voormiddag dronk ik mijn halve
liter melk schuilend in een garagebox en deed daar mijn kletsnatte kousen
en schoenen deze keer niet uit. Altijd regen, tot 's middags in Kotor. Ik
vond een kamer in de 3de 'zimmer frei'. Alles was doorweekt: jas, trui,
hemd, ondergoed, tot op mijn vel. Ik probeerde alles te drogen te hangen
en rustte in bed. 's Nachts regen, 's morgens regen. Bij een kleine
opklaring vertrok ik toch, maar kreeg aldra ... regen. Ik sakkerde,
tierde, vloekte, huilde ... Even een opklaring en dan nogmaals regen ...
Geen bushokjes om te schuilen. Na de middag verbeterde het weer en werd ik
heel langzaam droog. Vond een kamer in Budva. Kon amper een douche nemen
in de kleine wc-ruimte, er was bijna geen water. 's Avonds een pizza, 's
morgens wat koekjes en chocolade op de kamer. Verder. Zacht zonnig weer met
onderweg een mooi zicht op Sveti Stefan, een ommuurd dorp op een eiland,
door een brug met het vasteland verbonden. Mijn middageten nam ik in de
buurt van een eenzaam orthodoks Monastir met twee kleine kerkjes. Ik
bereikte Petrovac rond 15 uur. Op de kamer waste ik mijn kleren in het bad
en hing ze te drogen op het balkon. De dagen werden korter, om 18 uur was
het al donker. 's Morgens om 7:30 al op pad. Dan begon een beklimming met
prachtige vergezichten en een laatste maal een zicht op de Adriatische
Zee. De pas was 655 meter, vanaf zeeniveau. Ook lange afdaling en om 15u
was ik in Virpazar. Leuk dorp met 2 restaurants en een modern hotel. Ik
had een uitgebreid avondmaal met vissoep en biefstuk. De ganse dag was het
aangenaam warm, maar 's avonds was het koud. De vrijdag volgde ik een
rechte weg, veelal langs een spoorweg. Er waren vissers op het
Scutari-meer, dat de grens vormt met Albanië. In de verte zag ik de
Albanese hoge bergen. Ook veel militaire vliegtuigen vanwege de vliegbasis
in de omgeving. Later in de buurt van Titograd, waren er op dat moment ook
protest-acties tegen de luchtvervuiling van een grote fabriek. Daarom werd
ik door de politie ook gecontroleerd. Om 15u was ik in de hoofdstad
van Montenegro: Titograd (nu Podgorica). Ik kon eindelijk aan geld geraken
met Visa. 's Zaterdags nam ik een halve rustdag voor post en inkopen.
Verliet zonder problemen de stad in de namiddag. Deed slechts 12 km want
na Bioce, zou het minder bevolkt worden. Ik nam een maaltijd in een
restaurant maar kon er geen kamer krijgen. Ik mocht wel in mijn slaapzak
slapen op het wat afgelegen terras onder een druivelaar. Vuile wc in de
buurt. Het was tamelijk koud 's nachts. Om 6:30u was ik al op weg want ik
moest 33 km doen tot in Manastir Moraca. Wanneer ik om 8 uur in een dorpje
mijn appel zat te eten kwam een onvriendelijke jonge kerel op een brommer
mij waarschuwen (bedreigen?) om niet te voet verder te gaan. Ze (we?)
zullen u overvallen!? Ik verstond niets van wat hij zei, maar hij maakte
vuisten en trok zijn hemd uit zijn broek om te tonen wat me zou overkomen.
De weg liep door een canyon langs een rivier en er waren tientallen
donkere en lange tunnels. Ik was er niet gerust in en keek goed uit
als ik zo een tunnel indook. 's Middags was ik helemaal door de canyon en
er was gelukkig niets gebeurd. Doodmoe kwam ik om 15u in het motel van
Manastir Moraca aan. Na een heerlijke douche bezocht ik het klooster. Een
kotelet met puree-aardappelen sloot deze week af, reeds 106 dagen gestapt.
Geluidsfragment: jeru15abudva.mp3
|
 |
 |
Zestiende week
Ik kon geen brood of melk kopen in de winkel en kocht
daarom een blikje sardines en petit-beurre-koekjes. Dan bergop in de zon,
maar het werd toch niet té warm. De pas was 1040meter hoog. Om 15u
aankomst in Kolacin, waar ik het motel nam: goedkoop, lekker eten, veel
volk. Men had wel niet veel informatie over de weg die ik moest
volgen. Vanaf Titograd had ik ondertussen 32 tunnels gehad, sommigen meer
dan 1km lang en niet altijd verlicht.
Het was fris de volgende morgen, wel verder de hele dag rustig mooi zonnig
herfstweer. Ik liep over eenzame wegen langs veel bontgekleurde loofbossen
in een golvend landschap. Om 15u was ik in Mojkovac. Er was een groot
staatshotel in pyramidevorm. Dit was wintersportgebied. Vanuit het hotel
probeerde men Radio2 te bellen maar het lukte niet. Tevergeefs probeerde
men de draaischijf langzaam, dan weer snel rond te draaien. Na konstant
opnieuw proberen gedurende een half uur was er nog geen verbinding. Ik
ging dan naar de post in het dorp en na weer veel pogingen, had ik toch
'Koffers & Co' aan de lijn. Het gesprekje direct dan maar op band voor
uitzending de volgende morgen. Die woensdag begon daar in Montenegro met veel
mist maar na die kilte was er de hele dag zon. Onderweg riepen twee mannen me
op hun terras om iets te drinken (soort tonic). De taal was het probleem,
we geraakten er met gebaren amper uit. Even later ontmoette ik een Duitser
die met de fiets op terugweg was van Istanbul. Hij voorspelde dat
Griekenland en Turkije wel zouden meevallen. In de namiddag had ik aan een
wegsplitsing een bordje met 'Cimer' (zimmer?) gezien. Ik vroeg dan in die
drankgelegenheid in het engels om een 'room'. Men knikte en ondertussen
stelden enkele gasten mij (in het Servisch?) vragen, waar ik
natuurlijk niets van begreep. De dienster bood me dan een glaasje sterke
drank aan. Wellicht de gewoonte hier. Maar toen ik weer om die 'room'
vroeg en teken van slapen deed, schudde ze met haar hoofd en wees in de
richting van de stad. Ik begreep het niet, betaalde de drank en stapte dus
verder. Later viel mijn frank: zij dacht dat ik om 'rum' gevraagd
had.
Ik deed dan maar auto-stop naar Bijelo Polje, de stad die een beetje uit
de richting van mijn weg lag. De eerste auto stopte al. Ik dacht dat ik
geluk had, maar later bleek dit dus een soort gemeenschappelijke taxi te
zijn, en moest ik betalen. Hij zette me wel af vlak vóór een hotel. Ik
deed ook mijn afgesleten schoenen bij een schoenmaker. Gelukkig waren die
de volgende dag al hersteld. Ik besloot nu maar te voet te gaan tot op de
splitsing waar ik de vorige dag die taxi genomen had, en stapte later weer
op de goede weg naar Ivangrad. Die dag deed ik zo'n 34km. Er stonden terug
meer huizen in dit landbouwgebied. Ik ontdekte op mijn voeten nieuwe
blaren; misschien omdat ik in die herstelde bottines weer een beetje
anders zou lopen (op hoge hakken). Na een 'hongerontbijt' in het hotel van
Ivangrad, deed ik de volgende dag nog een col van 30km tot Rozaj. Ook weer
enkele duistere tunnels met o.a. de Lokve-tunnel; 1115meter lang, wel
verlicht, maar ijzig koud daarbinnen en een trottoir met gevaarlijke
putten. Passeerde hotel Lokve, een skioord, 1336m hoog. De mensen waren nieuwsgierig en
stelden veel vragen, soms een beetje opdringerig.
Groot hotel in Rozaj. Door de vele kilometers van de laatste dagen lagen
mijn voeten hier en daar open. Die zaterdag opnieuw 34km onder een
bewolkte hemel. Ruig landschap op en neer met tunnels en rivieren. Ik zag
de eerste minaretten in de dorpen. Ik zat ondertussen in Servië. Vond een
motel in Ribarice. Problemen met bevoorrading. Niet overal melk
of voedsel te koop. In Zubin Potok kon ik wel iets eten in een restaurant,
maar geen mogelijkheid om te overnachten. Het regende hard, was koud en de
te volgen weg voorspelde niet veel goeds. Ik besloot dan met tegenzin om te
liften tot Kosovska Mitrovica. Daar was het enige hotel gesloten door de
'milicija' omwille van de problemen hier in Kosovo. Ik zat een beetje in
de rats. Aan een bushalte spraken een paar mensen me aan. Ze zagen
dat ik een vreemdeling op de dool was. Iemand vroeg bezorgd of ik wel een
pistool op zak had? Iedereen is hier gewapend! Men raadde me aan de bus
naar Vucitrn te nemen. Op de overvolle bus kreeg ik het niet klaargespeeld
om te betalen, kon niets verstaan. In Vucitrn was een duur motel, maar het
was toch veilig.
Geluidsfragment: jeru16ivangrad.mp3
|
 |
 |
Zeventiende week
Vroeg opstaan. Met twee auto's geraakte ik terug in Zubin
Potok en reeds om 9u vertrok ik aan het restaurant waar ik de vorige
middag gegeten had. Onderweg klampten dikwijls nieuwsgierige kinderen mij
aan. Vroegen stylo's en cigaretten en waren tamelijk opdringerig. Het was
zonnig maar killig met frisse wind. Landschap slijkerig en vervuild met
allerlei rommel. Dit keer sliep ik op kamer vier van hetzelfde motel in
Vucitrn, gisteren was het kamer twee. Mijn voeten deden serieus pijn; de
verwarming brandde gelukkig.
Die dinsdag was ik al om 7:45 op weg. Ik lachte niet meer vriendelijk naar
de kinderen en ze lieten me meer gerust. Vlakker landschap, kaal met
veel akkers waar de oogst reeds lang voorbij was. At 's middags nog maar
eens sardines, die waren overal te koop. Soms spraken Serviërs me aan en
riepen me binnen om koffie te drinken. Enkele kilometers verder waren het
dan soms weer Albanezen die koffie of thee aanboden. Het leek wel of ze
mij voor 'hun' zaak wilden winnen. Ik probeerde me met de politiek zoveel
mogelijk op de vlakte te houden. 's Avonds had ik een kamer in het grote
Hotel Bozhur in centrum van Pristina. Ik kon de woensdagmorgen van daaruit
rechtstreeks op de radio. Het had gevroren en het was koud maar zonnig.
Veel huizen, gebouwd met grote betonnen stenen waarvan soms slechts het
gelijkvloers afgewerkt was, de rest kwam later wel. In Lipljan geen hotel.
Ik wou eerst in mijn tent slapen maar ging dan verder tot Urosevac. Het
was al donker toen ik daar om 17u het hotel binnen stapte. Aan de balie
kreeg ik te horen dat het hotel door de politie gesloten was.
Pantserwagens van de 'milicija' in de buurt. Ik wist niet waar naartoe.
Kon nog cebab eten in een eethuisje. Op zoek naar wat mondvoorraad in de
winkels. Iemand vroeg me: 'Hey, how are you' en ik zei maar meteen 'Very
bad!'. Ik legde mijn situatie uit maar hij wist ook geen oplossing. Ik
besloot om buiten de stad maar ergens mijn tent in het donker proberen op
te stellen. Later kwam die man per auto mij tegengereden en hij bracht me
naar een graanmolen. Hij (Albanees Kosovaar) had deze electrische
bloemmolen recent opgestart. Eén van zijn arbeiders sliep boven de
installatie om de wacht te houden. Ik sliep in mijn slaapzak naast die
kerel op een grote matras. Er was een primitief elektrisch vuurtje, stof
genoeg.
De volgende morgen stapte ik terug naar de plaats in Urosevac waar ik
opgepikt werd. Een vriendelijke man trakteerde mij nog op een drankje en ging met me mee
naar de katholieke kerk, parochie Ferizaj. Ik moest ook nog thee drinken
bij de jonge pastoor op de pastorie. Hij ging mijn pelgrimstocht in een
artikel vermelden. Onderweg altijd grote drukke baan langs vlakke
uitgestrekte akkers. In Kacanik nodigde een Macedonisch
vrachtwagenchauffeur mij uit. In het café legde Milan uit dat hij mij
enkele dagen voordien ook al had zien lopen en dat hij zich al afgevraagd
had wat 'die gek' daar liep te doen. Hij vertelde dat Kosovo uiterst
gevaarlijk was: 'Voor het minste plant men een mes in je rug'. Milan
stelde voor om mij tot Skopje te brengen, daar kon ik in de jeugdherberg
overnachten, en morgen moest hij terug naar hier komen met een lading
vloertegels. Ik vertrouwde de man en Milan zette mij 's avonds vóór de
JH van Skopje af. En 's morgens was die vriendelijke Milan daar inderdaad.
Het duurde wel even want hij moest eerst nog naar de bank en daarna zijn
lading oppikken. Rond 11u stond ik opnieuw in Kacanik, op de plaats waar
ik gisteren aangekomen was. Ik zette er een goede tred in want ik moest
36km doen. In de namiddag aan de Macedonische grens haalde Milan me terug
in. Ik rustte in zijn vrachtwagen terwijl hij me wat koffie serveerde. Dan
weer op weg in de regen. Het was al donker wanneer ik rond 17u Skopje
bereikte. Ik moest op zoek naar de jeugdherberg, want Skopje is tamelijk
groot. Zaterdag nam ik daar een rustdag. Kon weer voldoende fruit en
conserven kopen, enz... Bezocht de grote orthodokse koepelkerk en
liep door de oosterse straten en markten.
De zondag vroeg vertrokken in de motregen. Liep langs een grote
uitvalsweg, later eigenlijk op een autostrade. Langs de tolhokjes ging ik
maar achterdoor om geen problemen te krijgen. Even later stopte een
politieagent maar ik verstond niets van wat hij zei en omgekeerd. Omdat ik
helemaal op de rand van de autostrade liep, en er geen andere weg was,
liet hij me maar begaan. Het motel in Katlanovo was gesloten maar ik vond
een plaatsje op een gesloten camping. Er waren daar drie Franse fietsers
op terugweg van Istanbul. Rond 16u vertrokken ze in de regen richting
Skopje. Ik sliep in mijn slaapzak naast een grote wasbak van het sanitair.
In de buurt was een natuurlijke bron met warm sprankelend bronwater.
Geluidsfragment: jeru17apristina.mp3 |
|
Achtiende week
Zeer vroeg opgestaan en ontbijt met brood en plaatselijk
mineraalwater van de camping. Om 7u was de winkel open en kon ik melk, brood en ananas
kopen voor onderweg. Ik liep nog de hele voormiddag op de brede
pechstrook. Een politiewagen passeerde maar stopte niet. Moest veel brede
bruggen over en door een tunnel van 1100meter met gevaarlijke openliggende
putten op de pechstrook. Kreeg enkele zachte regenbuitjes, later
opklaringen en tamelijk warm. Wanneer ik de autostrade verliet, moest ik
nog door de modder ploeteren om de tolwachters te omzeilen. De volgende
dag kwam ik een Engelse fietser tegen. Hij was al 8 maanden onderweg en
zag er vuil en verwaarloosd uit. Ik passeerde een wijngaard waar men de
laatste druiven plukte. Even verder deed ik me tegoed aan een vergeten
tros witte druiven. Ik volgde een stuk rustige oude weg, de nieuwe was men
aan het aanleggen. In Gradsko was er geen mogelijkheid tot overnachten.
Kon daar ook niet telefoneren en lifte dan met een vrachtwagen tot
Negotino. Ann Lepère had ook veel moeite om me 's morgens daar in het
Park Hotel te bereiken en daarom ging het gesprekje weer niet
rechtstreeks. Een camionette van de post bracht me terug naar Gradsko.
Rustige wandeldag onder zonnig, afwisselend weer. Weinig verkeer op deze
nieuwe asfalt. 's Avonds opnieuw een kamer in het Park Hotel van Negotino.
Ik was de enige gast in het grote restaurant van dit staatshotel. Volgende
morgen om 6:30u kreeg ik daar al een voortreffelijke omelet en om 7u was
ik al weer op weg. Ruw golvend landschap met bruggen en tunnels. Na 37km
kwam ik in Udovo. Er was niets om te overnachten. Deed inkopen en even
achter het dorp stapte ik de akkers in. Vond een klaverveldje tussen
wijngaarden en stelde daar mijn tentje op. Kon nog restjes druiven
meepikken en om 17:30u lag ik al in mijn (te) warme donzen slaapzak. Het
was volle maan. Slecht geslapen in die primitieve tent. 's Morgens was
deze vanbinnen en vanbuiten nat door kondens en mist. Om 6:30u wat brood
en chocolade naar binnen gespeeld. Natte tent bijeengepakt en op weg. Ik
volgde de heuvelachtige, brede vallei van de Vardar. Weinig verkeer; veel mensen aan het werk op de akkers. Om 14u was ik aan het motel van
Gevgelija. Kon op het balkon mijn tent, slaapzak en kousen te drogen
hangen. Compleet ontbijt om 6:30u. In Gevgelija kocht ik mijn laatste
dinar-muntstukken op aan chocolade. Dan langs de autostrade om zonder
problemen de grens met Griekenland over te steken. Ik was blij dat ik weer
in de Europese Gemeenschap was. Alles zag er beter en netter uit. 's
Middags was ik in Polikastro en kocht mondvoorraad. Ik kon buiten eten in
een 'echt' verzorgd parkje op een 'echte' stevige zitbank. In Joegoslavië
had ik dat bijna nergens meer gezien. In het centrum vond ik een hotel,
zonder ontbijt weliswaar. Daarom weer wat brood op de kamer en om 8u terug
op pad. Liep op de rustige oude weg, licht golvend met veel akkerbouw.
Traktoren waren aan 't mesten of ploegen. Ook uitgestrekte katoenvelden.
Eerst zonnig vandaag, later bewolkt en regen. Verbleef in Gefira in een
duur motel, met primitief stortbad (sproeier boven het wc).
Geluidsfragment: jeru18anegotino.mp3
|
 |
 |
|
Negentiende week
Kon in Gefira geen inkopen doen want ik kwam niet in het
centrum. Dan weer een soort autostrade, maar er reden ook traktors op.
Miezerig regenweer. Hoe dichter ik Thessaloniki naderde hoe meer
industrie, garages, raffinaderijen, fabrieken ... zeker 10km lang. Rond
14u was ik in het centrum en op de poste restante waren er 8 brieven voor
mij. De jeugdherberg ging pas om 18u open en ik besloot maar een hotel te
zoeken want inmiddels regende het weer. Kon inkopen doen en at op de kamer
van een C-klasse-hotel. Het viel zo tegen wanneer ik de brieven opende. De
meeste waren in de trant van: "Alles gaat hier z'n gewone gang"
of "Geen nieuws hier in België". Na drie dagen had ik me
ook nog niet aangepast aan Griekenland. Ik voelde mij een beetje onwennig
nadat ik 2 maanden in Joegoslavië gestapt had. Ik had zo mijn hoop
gesteld op Griekenland en dit land viel tot nu toe tegen: onbegrijpelijke
taal, andere winkel(tijden), 1 uur vroeger en ... het weer viel zo tegen. Ik
had gehoopt aan de Middellandse Zee weer de warmte te vinden. Maar hier in
november was het koud, mist en regen! Ik nam alvast een rustdag
(dinsdag) om een beetje te bekomen van de lange dagtochten van de laatste
dagen. In de namiddag weer gesprekje met Radio2, opgenomen voor uitzending
de volgende dag. Ik moest me wel echt oppeppen om een leuk gesprekje te
voeren en uit te leggen dat alles na 129dagen nog steeds opperbest ging.
Woensdag duurde het lang eer ik aan geld kon geraken. De geldautomaat deed
het niet, banken waren nog gesloten, computers waren kapot... Op de
middag pas verliet ik de stad. Voelde mij niet in mijn sas. Ik ontmoette
nog 2 fietsers: een Autralisch meisje kwam helemaal uit Australië
gefietst! Een Engelsman was er in het Midden Oosten bijgekomen en op zeven
dagen waren ze van Istanbul tot hier geraakt. Er waren in de streek veel
marmergroeven en ik at mijn brood op een grote blok marmer nabij een slijperij.
Zwaar bewolkt weer met soms regen. Tamelijk drukke weg. Ik liep op een
soort fietspad of pechstrook, maar de tragere auto's gebruikten die strook
ook. Ik liep wel links en zag het verkeer aankomen. Toch was het uitkijken
geblazen. Na 22km in de buurt van Agios Vasilios bemerkte ik een huis in
aanbouw. Ik ging er schuilen voor de regen en tenslotte besloot ik
maar om in deze ruwbouw in mijn slaapzak te slapen. Ik sliep er heel
slecht. Had het koud en werd gestoord door lawaai van verkeer en wind.
Er liep daar ook een paard in de buurt en ik was bang dat het binnen
zou komen en op mij zou trappen, tenslotte stonden er nog geen deuren in
die ruwbouw. Na wat brood met water 's morgens liep ik verder. Het was
koud met sterke wind. Kocht onderweg nog melk
en croissants. Na amper 12km in Langadika hield ik het voo bekeken
en om 12u stapte ik al een
hotel binnen. Er was een ligbad en om mezelf eens lekker te verwennen nam een
heerlijk warm bad, langer dan een uur. Later had ik het opnieuw koud op de
kamer. Ik schreef enkele brieven en begon stilaan te twijfelen aan de
haalbaarheid van mijn verdere pelgrimstocht in de winter. In de laatste
brief beklaagde ik mezelf zo erg dat ik zelf van verschoot, toen ik die
herlas, dat daar nu alle elementen instonden om mijn pelgrimstocht op te
geven ...
... EN IK GAF HET PLOTS OP ... na 131 stapdagen. Dat was op 8
november 1990.
Geluidsfragment: jeru19asaloniki.mp3
|
|
Daarna ...
Toen ik de beslissing genomen had stelde ik me voor dat
het nog wel wat zou duren eer ik terug in België zou zijn. Eerst
uitzoeken om in Thessaloniki te geraken en verder naar Brussel (hoe?,
wanneer trein?, veel kosten?).
Maar vanaf die volgende vrijdagmorgen liep alles weer abnormaal vlot. Ik
nam rustig een ontbijt. Stapte het hotel buiten en had meteen een bus tot
aan het station van Thessaloniki. Ik had ook nog juist voldoende geld om
de trein te betalen en er was al een verbinding met München om 14uur. Ik
kon dus nog rustig wat mondvoorraad kopen. Om 12u stond ik weer vóór het
station en nam met selftimer mijn laatste foto. 'Dit is het einde dacht
ik.'
Wanneer ik mijn fototoestel terug wou nemen van het paaltje, sprak een man
met rugzak mij aan in het Engels. 'Of ik American Express wist?' Ja,
natuurlijk wist ik dat, want ik had er nog geprobeerd om geld te wisselen.
Omdat ik nog even tijd had liep ik met hem mee. Steve Deverell vertelde
mij zijn verhaal. Hij was Nieuw Zeelander, al 10 jaar onderweg, veelal te
voet. Steve had in elk werelddeel rondgetrokken en vertelde me een
beetje over zijn manier van reizen. Hij kocht geen brood, maar kocht
meestal bloem en bakte zelf brood. Sliep veel buiten. Herstelde zelf zijn
schoenen en rugzak en had daarvoor een hamer, trektang en ijzerdraad bij.
De schoenen (sandalen) die hij toen uittrok had hij gemaakt van
autobanden. Wanneer hij zijn kousen uittrok rook ik zijn stinkende voeten.
Ze lagen bijna helemaal open van de blaren. Hij streek wat tijgerbalsem
uit een klein potje op de open wonden op zijn voetzolen. Vergeleken bij
zo'n echte vagebond was ik maar een klein pelgrimke. Hij begreep heel goed
dat ik mijn voettocht opgegeven had. Europa is geen goede plaats om te
voet rond te trekken: men kan niet drinken van de rivieren, overal auto's,
niet al te gastvrij, ...
Spijtig dat ik Steve niet een uurtje vroeger tegen het lijf gelopen was.
Hij kwam wel per autostop van Scandinavië maar was van plan om te voet
verder naar Istanbul te gaan. Hij beloofde mij om daar naar de post
restante in Istanbul te gaan om te vragen de brieven naar België te
sturen. En inderdaad, zo'n maand later kreeg ik een brief van Steve vanuit
Istanbul.
Ikzelf, nam vlot de trein naar München en België. Wanneer ik op
zondagvoormiddag op de trein tussen Brussel en Mechelen zat, luisterde ik
op mijn wereldontvangertje naar het groetenprogramma 'Muziekmixer' van de
Wereldomroep. Mijn broer stuurde veel groeten naar mij ... ergens in noord
Griekenland! ... Een uurtje later begroette ik thuis mijn verbaasde ouders en schoof bij
voor de vlaamse patatjes.
|
 |
 |
Etappen
|
Terug naar deel 1
|
| Back to
Pilgrim Pages |
© webmaster Paul |