Te Voet naar Jeruzalem ? (deel 1)

 

Op 1 juli 1990 vertrok ik   in Brussel. Ik wandelde langs Mechelen, Scherpenheuvel, St Truiden, Luik, Luxemburg, Metz, Freiburg, Bregenz, Landeck, Reschenpas, Bolzano, Trento, Triëste, Rijeka, Split, Medjugorge, Dubrovnik, Podgorice, Pec, Pristina, Skopje, Thessaloniki.
Op 8 november gaf ik op, twee dagen na Thessaloniki en keerde met de trein terug.

 
 
Vertrek in Brussel op zondag 1 juli 1990. Paul tussen de zonnebloemen in Frankrijk. In de Elzas.

 

Eerste week

Het was een rustige zondag in Brussel. Onopvallend woonde ik de zondagsmis bij in de St-Michielskathedraal. Dan begon het echt. Ik liep langs het parlement en de Europese gebouwen. Tegen de avond was ik te voet weer terug in Mechelen en sliep ik voor het laatst in mijn eigen bed.
De tweede dag via de Hanswijkkerk en de Grote Markt, waar het kermis was, langs mijn ouders in  Katelijne-Waver voor een stevig middagmaal. In de namiddag was het mooi weer en ging ik verder naar O.L.Vr.Waver en Putte. Daar sliep ik in mijn slaapzak onder het afdak op de speelplaats van een school. De derde dag naar Heist-Op-Den-Berg en ik sliep 's avonds in Heultje bij een collega Compostela-pelgrim. Langs de Norbertijnerabdijen van Tongerlo en Averbode naar Scherpenheuvel. Altijd maar verder langs St-Truiden, Luik, Banneux, waar ik zondag 8 juli aankwam. Warme dagen. Ik sliep nog eens in en hotelletje om een douche te kunnen nemen en een stevige maaltijd mét soep te gebruiken.
Beluister een geluidsfragment in MP3 van gesprekje Radio2, Koffers&Co:  jeru01heultje.mp3

 

Tweede week

't Was zwaar bewolkt en tegen de middag viel de eerste regen. Langs een stuk GR in de Ardennen bereikte ik een gîte in Chéneu (een omgebouwd schooltje). Ik passeerde de waterval van Coo en ging verder langs Vielsalm. Op 11 juli passeerde ik de grens en overnachtte bij goede vrienden in Weiswampach, Luxemburg. De hitte was ondertussen terug gekomen. In de namiddag zocht ik steeds ergens een schaduwplekje om een tijdje uit te rusten. De zaterdagnacht verbleef ik in de buurt van Luxemburg-stad in een klein pension. Wanneer ik 's zondags op het kerkhof van Bettembourg zat te eten, hoorde ik in het radionieuws dat Rudy Van Snick de eerste belg was op de top van de Mt Everest. Mijn eerste nacht in Frankrijk sliep ik op een klein voetbalveld, ergens onder een tribune, op een betonnen vloer. 
Geluidsfragment Radio2, Koffers&Co:  jeru02vielsalm.mp3

 

Derde Week

Een drukkend hete maandag, die eindigde in een fel onweer. Ik kon langsheen Thionville lopen en doordat ik goed opschoot, stapte ik maar door tot in Woippy, waar ik bij vrienden kon overnachten. Ik was eigenlijk één dag te vroeg daar en Marianne kwam slechts om kwart vóór middernacht thuis. Door de vele kilometers en het lange wachten was ik totaal uitgeput en had zware hoofdpijn. Ik vreesde zelfs voor een zonneslag. Die ene  rustdag werden er dan twee. Meteen ook de gelegenheid om een tentje te kopen. Het vragen naar onderdak onderweg verliep trouwens niet zo goed. Mijn reflexcamera liet ik bij mijn vrienden achter want er waren stukken met de lenzen.
Donderdag langs de kathedraal in Metz en verder naar Pange. Daar kon ik slapen op een kasteeltje: tegenwoordig een  museum, maar vroeger ooit een kinderziekenhuis. Alles lag er vol stof en ik installeerde mij op een paar matten in een soort slaapzaal. De volgende dag langs rustige wegen en akkers en bossen tot de camping van Morhange.Op zaterdag 21 juli vond ik nergens een hotel en sliep met mijn slaapzak in het gras op het oud militair kerkhofje van "L'espérance". Het gegraas van de koeien maakte mij 's morgens wakker. 22 km verder, de volgende dag 's avonds had ik het beter in het hotelletje "Chez l'ami de Fritz" in Sarrebourg. 
Geluidsfragment Radio2:  jeru03metz.mp3

 

Oorlogskerkhoven in de streek van Verdun. Langs de Route des Vins.

 

Vierde Week  

Het bedevaartsoord Dabo, met een kapel hoog op een rots,  bereikte ik de volgende dag. En dan kwam de Elzas aan de beurt. Ik passeerde de dorpen met duitsklinkende namen als Obersteigen, Romanswiller. Dinsdagavond verbleef ik in Wasselonne, in een tamelijk luxueus hotel omdat het goedkopere gesloten was. Tenslotte moest ik van hier weer bellen naar Radio2. Op mijn radiootje kon ik Radio2 nog heel, heel slecht ontvangen op de middegolf.
Een gesluierde zon zorgde voor iets minder warme dagen. Op het feest van St Jocb de meerdere, op woensdag 25 juli, liep ik langs de "route du vin d'Alsace", prachtige wijngaarden met piepkleine druifjes, in een golvend landschap. 's Middags langs Molsheim, Rosheim, Heiligenstein en 's avonds na 30 km, in een gîte in Barr. 
De donderdag weer langs wijngaarden en dorpjes met vakwerkhuizen. Het was warm, geen wolkje aan de lucht.  In de namiddag kwam ik weer in akkerlanden met sproeiers, op een weg zonder schaduw, richting Muttersholz.  Daar kreeg ik onderdak in het CPIE (amis de la nature).  Die vrijdag trok ik via een grote brug over de Rijn en kwam in Duitsland. Nog steeds drukkend warm. Ik vroeg ergens water en kreeg natuurlijk een groot glas witte wijn. Ik kon 's avonds terecht in een 'zimmer Frei' in Oberrotweil. De dag daarna kon ik me onderweg een beetje plezieren met braambessen en pruimen. Tegen het einde van de dag volgde ik een wandelpad langs een rivier. Passeerde zonnekloppers en toeristen. Ik zweette zelf zoals een paard, want het was verschrikkelijk heet. In de jeugdherberg van Freiburg was het tijd om een rustdag te nemen en kleren te wassen.
Geluidsfragment: jeru04wasselone.mp3

 

Vijfde week

De tweede nacht in de JH sliep ik niet al te best, het had ook geregend en geönweerd. Om half acht verliet ik al de stad langs een heel drukke weg. En het bleef een kronkelende weg langs hels verkeer tot in Titisee. Ik moest een beetje aandringen om in dit toeristische plaatsje een zimmerfrei te krijgen voor slechts één nacht. De dinsdag liep ik in Neustadt de redactie van de Badische Zeitung binnen. Ik gaf een interview weg, in ruil voor een kop koffie. Daarna gelukkig toch weer kleine baantjes. Ergens onderweg vroeg ik nog wat water, maar het werd me geweigerd. Blijkbaar had mijn passeren de honden gestoord! In het volgende huis werd ik natuurlijk wel bediend. In Bachheim kon ik terecht in een fremdenzimmer en kon ik een stevige schnitsel eten. Ik hoorde op de radio dat er in België bijna een waterschaarste was. Vandaag hier: gesluierde zon en een licht windje; ideaal om te stappen.
De volgende dag trok ik langs kleine baantjes. De paadjes werden steeds maar kleiner, langs een riviertje met romantische watervalletjes. Op het laatste stond ik midden in een weiland en geen weg meer te zien. Gelukkig koos ik dan toch de goede richting en kwam in Mundelfingen terecht. Langs mooie wegen tot 's avonds in Leipferdingen. In Gasthof Germania trakteerde ik me op een lekkere halve liter bier.
De donderdag langs akkers en eenzame wegen naar Bittelbrun. 's Middags at ik mijn brood daar op een kerkhof en hoorde op mijn wereldontvangertje dat Irak was binnengevallen in Koeweit.
De vrijdagmiddag kreeg ik het eerste zicht op de Bodensee. Ik sliep in de jeugdherberg van Uberlingen. De dag was weer zonnig en heet geweest. Ik had weer nieuwe blaren op mijn voeten. Ook een pijnlijke blaar achter op mijn achillespees. Onderweg de volgende dag was er geen enkele winkel in het eerste dorp. Wèl in Unteruhldingen kon ik eten kopen. Later passeerde ik de barokke bedevaartskerk van Birnau. Dan volgde ik de oevers van het Bodenmeer, waar veel toeristen genoten van hun vakantie. In Immenstaad vond ik geen goedkoop hotelletje en nam op het laatste toch maar een kamer in Gasthof Adler. Die dag was het windstil en daarom weer bloedheet.
Op zondagvoormidddag kon ik genieten van een jazz-orkestje in de kiosk van Friedrichshafen. Opnieuw een bloedhete dag. Het water van het meer bracht soms verfrissing. Ik betrok een zimmerfrei in Kressbron en kon daar een enorme kotelet naar binnen werken.
Geluidsfragment:  jeru05bachheim.mp3

 

Soms eenzame wandelpaden (omgeving Titisee, Duitsland). Door gallerijen en tunnels over de Alpenpassen van Tirol.

 

Zesde week

Die nacht had het zwaar gedonderd en gebliksemd.  Het regende 's morgens nog steeds. Nog even wachten maar dan toch maar erdoor. Onderweg nog een douche in de buurt van Lindau. Om 12u30 stak ik de Oostenrijkse grens over en kon mijn laatste DMarken nog in chocolade omzetten. Via de kade van het Bodenmeer bereikte ik Bregenz. Ik deed mijn verhaal nog op de redacties van de "Vorarlberg Nachrichten" en "Die Neue Krone zeitung". Men hielp mij nog een beetje met het zoeken voor een geschikte bergpas naar Italië. Ik kon toch nog terecht in een overvolle Jeugdherberg. Bij het ontbijt las ik het artikel (met foto) in de "Vorarlberg Nachrichten".  Het was zwaar bewolkt en fris zodat ik in een bushokje mijn middagbrood nam. De eerste tunnels en gevaarlijke bochten kwamen er aan. In Andelsbuch kreeg ik gratis onderdak in "Gasthof Ritter". De vriendelijk hotelier hielp me ontzettend, ik kon telefoneren en faxen op het verkeersbureau. De woensdag langzaam naar omhoog via Au naar Bad Hopfreben. Overnacht in een klein gasthuis met lekker eten. Mijn rechterscheenbeen bezorgde me veel pijn: door het bergop lopen? De volgende dag de Hochtannbergpas over ('t was fris). 's Middags in Warth moest ik andere kousen aantrekken. Die blauwe kousen werden te dun en ik kon een beetje vel van de blaren op mijn voeten trekken. Daarna nog door de tunnels van de Flexenpass en de Arlberpass. Zeer vermoeiende dag. Ik liep door tot St Anton omdat de hotels in St Christof me te duur leken. In een "zimmer frei" in St Anton moest ik ook veel betalen. De volgende dag had ik nog veel pijn aan mijn voeten. Wanneer ik in Pians mijn yoghurt dronk en mijn schoenen uittrok, moest ik vaststellen dat er bloed in mijn kousen hing. Daarna al sukkelend langs druk verkeer en gevaarlijke bochten tot in Landeck. Zaterdag, rustdag en wasdag. De mis 's zondags werd gedaan door een heel jonge priester en veel misdienaars. Ik was al te ver onderweg toen ik konstateerde dat ik mijn zonnebril vergeten was.   Volgde de rivier Inn tot in Prutz waar er dorpsfeest was met kraampjes en spelletjes. Later in Ried, in een kapucijnerklooster, wou ik nog om overnachting vragen, maar het was nog te vroeg en vond dan in Tösens een kamer. Die dag 22 km met pijnlijke voeten gestapt. Ik nam ook geen avondmaal omdat mijn maag niet te best voelde.
Geluidsfragment:  jeru06andelsbuch.mp3

 

Zevende week

Eerst rustig langs een eenzame oude weg. Achter Pfunds dan op de grote baan richting Italië. Omhoog langs bochtige wegen met mooie uitzichten. Dan weer door tunnels en gallerijen. Zimmerfrei in Nauders. De dinsdag was het zonnig; ik ging nog verder de Resschenpass naar omhoog, toch nog een stukje langs een kleine weg. Ik kreeg een stempel aan de Italjaanse grens en liep verder tot in Resia. Ik nam een rustige weg, rechts langs het meer. In Burgeis kon ik wel mijn eerste lires uit de muur halen maar vond geen kamer. Op het toeristenbureau in Mals telefoneerde men vruchteloos alle hotels en gastenkamers af. Tenslotte bezorgde men mij toch nog een kamer bij particulieren. Ook de eerste italjaanse regen had ik gekregen ondertussen. De volgende dag langzaam afdalend. Soms regen; nadien ook nog waterdruppels van de sproeiers in de uitgestrekte boomgaarden, laagstammige appelbomen. In Goldrain stapte ik zonder al te veel hoop een groot hotel (sportvakanties) binnen. Geen kamer (en verder geen hotels meer). Na wat aandringen kon ik met mijn slaapzak terecht in een soort magazijn (of sauna?). Er stond ook een zonnebank maar er waren geen ramen in die kamer. Ik kon in het hotel toch tv kijken en in het zwembad gaan. 
Groot onbijt. Ik kreeg nog een plannetje voor fietsers zodat ik de kleine wegen kon volgen langs Latsch en Töll tot in Algund.  Mooie rustige landbouwwegen door boomgaarden en fruitbomen. Prachtige dagen in Südtirol. De vrijdag was het mistig maar wel warm en zwoel. Passeerde Meran voor inkopen, moest de weg zoeken in Lana waar het dan ook begon te regenen. Verder door de druilige regen naar Nals. Het informatiebureau stuurde mij naar verschillende hotels, waar dan toch geen plaats bleek te zijn. Kon dan toch in een klein kamertje terecht buiten het dorp. Toen in ging telefoneren in pension  Rosenbaum  raakte ik aan de praat. Ik werd uitgenodigd voor de barbecue en het werd gezellig. De hotelierster had tweemaal in Israël geweest en toonde mij haar foto-album. Ik moest mijn pelgrimsverhaal doen en kon een beetje de held uithangen. Laat op de avond moest ik naar mijn verblijfplaats op zoek. Het vele bier hielp me geenszins daarbij. Diepe slaap en stevig ontbijt op het terras met de zon in mijn ogen. In Andrian kon ik inkopen doen voor 2 dagen (weekend). De boomgaarden langs de kleine wegen gingen hoe langer hoe meer over in wijngaarden. Ik zat nu bijna in het zonnige, echte Italië. Via Kalterer See (in de verte) naar Tramin.  Na weer een goed ontbijt met ei (Süd Tirol) stapte ik verder langs de Tiroler Weinstrasse. Wijngaarden overal. In Lavis een 'pizza alla verdura' en mijn eerste albergo, zoals veelal in Italië zónder ontbijt. 
Geluidsfragment:  jeru07mals.mp3

 

Langs gevaarlijke bergwegen in de buurt van Landeck, Tirol. Hartelijke gastvrijheid in pension Rosenbaum, Nals, Süd-Tirol.

 

Achtste week

Ik bleef een beetje langer slapen. Kocht dan brood, melk en chocola voor het ontbijt op een zitbank. Tegen de middag was ik al in Trento. Ging even rusten in de Duomo (hoofdkerk). Ik had al eens getelefoneerd naar een tv-station maar moest terugbellen (en dat was ik niet meer van plan). Later liep ik langs een gebouw waar 'Radio Televideo Italiana' opstond en ging eens navragen op goed geluk. Met een beetje gebaren en frans en engels geraakte ik via de security op één of andere redactie.  Ze spraken wat met mij en ik moest enkele rondjes doen op straat voor de camera. Men probeerde mij een italjaans interview af te nemen maar ik moest de zinnetjes die men mij in het Italiaans voorzei een paar keer opnieuw proberen iet of wat verstaanbaar uit te spreken. Ik wist wel ongeveer wat ik zei. Achteraf, alles en wel beschouwd, had ik nog niet eens een kop koffie gekregen! 
's Avonds in Pergine was ik verplicht een hotel te nemen. Gelukkig was er tv en ik zag mezelf enkele minuutjes op RAI TRE, onder de hoofding 'religio'. Men had het niet gewaagd dat korte interview uit te zenden. De volgende dag waren er enkele auto's die met hun koplampen knipperden, later besefte ik dat die mensen mij waarschijnlijk op tv gezien hadden en wilden aanmoedigen. In Borgo sliep ik in een oude Albergo. Ik hoorde op mijn wereldontvanger dat er steeds maar meer troepen naar het Midden-Oosten werden gestuurd. Saddam Hoessein van Irak bezette nog steeds Koewijt.
Toen er op woensdag even sprake was in mijn radio2-gesprekje dat mijn kousen aardig begonnen te verslijten, had de presentator er niets anders op gevonden dan de luisteraars op te roepen om kousen op te sturen voor de pelgrim. Ikzelf vond dat zo geen best idee; ik kon zelf mijn plan wel trekken, en men moet de luisteraar niet voor de gek houden. 
Eigenlijk viel Italië niet zo goed mee: dure hotels zonder ontbijt, grote wegen met veel verkeer en soms razenddrukke tunnels, een vlak landschap. Alleen de ijsjes vielen wel mee in het warme weer van eind augustus.
Via Primolano en Bassano de Grappa, waar ik de Alpen definitief achter mij liet,  bereikte ik 's zaterdags Treviso. Daar was er nog een kleurige optocht van volksdansgroepen. In een bomvol restaurant at ik nog een 'pizza pazza' met veel groenten. Ik nam een albergo nabij de Piazzo del Signore en daar was nog lawaai tot 's nachts. 
Zondagavond, na een wandeldag onder gesluierde zon,  weer maar een pizza (ik was tenslotte in Italië) en ik ging vroeg naar bed te Fossalta di Piave. Ik voelde mij de laatste dagen erg vermoeid. 
Geluidsfragment:  jeru08borgo.mp3

 

Negende week

Ik kon maar geen gedetailleerde kaarten vinden, ook niet van Joegoslavië. Ik volgde daarom meestal grotere banen. Stak heel veel rivieren over. Het was half bewolkt maar warm. Dinsdag was ik in Portogruaro. In een pension aldaar vernam ik via de wereldomroep dat Willy Vandersteen (Suske en Wiske) overleden was. 
De volgende dag maar een kort gesprek met Radio2. De telefoonlijn was heel slecht en ik kon Peter maar amper verstaan. In Palazzolo waren alle voedingswinkels gesloten. Ik verbleef weer in een albergo.  Als ontbijt twee cappuccinos en twee koffiekoeken. Weer drukkend warm onder een gesluierde zon. Ik kon enkele okkernoten afplukken, vijgen waren nog niet rijp. Ik volgde de hele dag de hoofdbaan naar Triëste. In Cervignano at ik 's avonds wat groentenmacedoine uit blik op mijn kamer in hotel Friuli. Als ontbijt ook wat brood, kaas en water op de kamer. Ik probeerde om Joegoslavisch geld te wisselen, maar dat bleek niets waard te zijn. 's Avonds hotelletje Pescadore in Duino. Italië is in het algemeen duur. Ook door het weinige contact met de Italianen voel ik me niet echt prettig hier. In Sistiana kreeg ik dan mijn eerste zicht op de Adriatische zee in de verte.  Een man op het kleine toerisme-bureau gaf me nog veel informatie over Joegoslavië. Toen begon het te regenen voor de rest van de dag. Ik moest dikwijls gaan schuilen onder bomen of achter muren. Ik liep in de buurt van Triëste maar kwam eigenlijk niet in de stad. Ik stapte langs enkele dorpen zonder hotel en daardoor sliep ik mijn laatste nacht in Italië in een luxe motel met zwembad; meteen ook de duurste nacht. In het dorpje Pese volgde ik de zondagsmis in een klein kerkje. De jonge misdienaars maakten soms grapjes. De dienst was in het Sloveens, dacht ik. Aan de grens kon ik Joegoslavisch geld wisselen. Ik moest het stapeltje dinars, van verschillende grootte en kleuren, grondig bestuderen want ik kon er niet zo goed wijs uit geraken. Ik begreep dan dat 1000 oude Joegoslavische dinar gelijk was aan 1 nieuwe dinar. Op de oude bepotelde  briefjes, die ook nog geldig waren, moest je dan drie nullen weglaten. Met mijn laatste lires kocht ik nog twee repen chocolade in de taxsfree. 
Na de grens waren de wegen opvallend rustiger. Vrachtwagens passeerden soms gevaarlijk dicht want langs de baan was geen plaats voor voetgangers. Ook veel heide en struiken naast de weg. 's Middags hoorde ik op de radio dat belgische wielrenners nummer één en twee waren op het wereldkampioenschap in Japan. We hadden een kampioen! 
't Was bewolkt en frisjes wanneer ik in Podgrad een zimmerfrei betrok. Kon daar lekker eten en kreeg nog een slivovitch toe. Alles was hier niet zo fraai en verzorgd als in Italië. Maar in Italië waren alle huizen beveiligd met tralies, hekken, honden en camera's. Hier in Joegoslavië was zelfs geen beveiliging in de banken (als die er zelf al waren). 
Geluidsfragment:  jeru09portogruaro.mp3

 

In Rijeka, Kroatië. Langs de Adriatische kust in Kroatië.

 

Tiende week

Na een volumineus ontbijt van brood en confituur kon ik nog inkopen doen in de 'market', de Joegoslavische vorm van supermarkt. Niet veel keuze maar de meeste basisproducten waren er. Melk in plastic zakken! Dan verder langs een drukke weg met opvallend veel caravans en ook boten (op aanhangwagens). Veel weggesmeten vuiligheid langs de weg. Ik had het schiereiland Istrië overgestoken en kreeg de Adriatische zee weer te zien. Overnachting in Matulji. Vandaag was het algemene staking in Kosovo! 
's Morgens liep ik helemaal verkeerd in de richting van Opatija. Zeker één uur verloren en dan toch aangekomen in Rijeka om 12uur. Een man, Boris, sprak me aan in het engels en hielp me heel goed verder. Hij ging mee naar de Yugobanka (voor visa) en toerismedienst. We hadden een biertje en later nog een groot ijsje. Hij zette mij op de goede weg om Rijeka te verlaten. Zimmerfrei in Martinsvica. Eten in een 'buffet'. De mensen zijn vriendelijk en men kan redelijk Duits spreken, wegens de vele toeristen.  soms leuke gesprekjes.
Ik volgde de 'Jadranska Magistrale' (grote weg langs de Adriatische kust). In Bakar veel industrie met olieraffinaderij; zwart, grauw en altijdbrandende gasvlam. In Bakarac ging ik schuilen voor de regen in een kerk en at mijn middagmaal op het doksaal. Plots liep een vrouw de kerk binnen, sprak luidruchtig een gebed en was weer even vlug buiten. Ze had wel de kerk stevig op slot gedaan. Ik dacht er nog even aan om de klokken te luiden, maar vond dan einelijk toch een zij-ingang waar de sleutel langs de binnenkant opstak. Ik kon weer buiten.  Later kletste  ik onderweg nog met een paar Belgische reizigers. 
De volgende dag liep ik in een klein dorp weer helemaal verloren omdat ik geen goede kaart had. Later werd de weg kleiner, ik probeerde een helling af te dalen maar kwam tenslotte in dicht struikgewas met stekels. Toen ik net ter hoogte van mijn gezicht een felgroen slangetje in een tak zag hangen, ben ik maar stilletjes teruggedraaid. Liep dan nogmaals verloren en moest tenslotte helemaal terug naar Klostar. Via de grote weg was ik 's middags in Crikvenica. Ik lukte mij om twee filmpjes naar Stan te sturen in een geïmproviseerde enveloppe. Daarna kon ik toch een klein baantje nemen langs het strand. Toeristen, zonnekloppers, monokini's. Op de radio hoorde ik dat Saddam Hoessein opriep voor een heilige oorlog en om Jeruzalem te bevrijden. Zondag is er een topontmoeting tussen Bush en Gorbatchov.
De vrijdagavond in Senj had ik via het toerismebureau een kamer op het appartement van Sonja kunnen verkrijgen. Ik dronk met haar nog thee en zij probeerde in het italiaans op mijn frans te antwoorden. Geen echt goed gesprek! Wanneer ik de kinderen aan de achterkant van het gebouw hoorde spelen, dacht ik: ' It is the evening of the day; I sit and watch the children play ...' (Marianne Faithfull).
Op mijn 70ste dag liep ik weer de ganse tijd langs de Adriatische kust. Veel kleine roestige eilandjes in de verte in de glinsterende zee. Voor mijn zimmerfrei had ik nog 400meter omhoog moeten klimmen door de struiken. Het greep me wel een beetje aan, toen ik op de radio "Daar gaat ze"  van Clouseau hoorde, voor 'onze jongens in de Golf'.
De zondag minder verkeer op de Jadranska Magistrala. 's Avonds in Cesarea kon ik nog gaan zwemmen in de buurt van het kleine haventje. Nog een halve liter wijn, de muggen liet ik maar in het glas.
Geluidsfragment:  jeru10rijeka.mp3

 

Naar deel twee

 

Etappen

 

Back to Pilgrim Pages © webmaster Paul